De bom    |    Onderbouw    |    Rekenen

Ritmisch tellen tot en met 20.

Benodigdheden:

  • Een timer (bom)

Wat gaan we doen?
Je maakt een kring en je gaat een spelletje doen met een bom. Een kind begint met de bom in zijn handen. De leerkracht noemt een getal en geeft de bom door aan het kind naast zich, dat kind noemt het daaropvolgende getal en geeft de bom door. Als het niet het volgende getal is, houdt het kind de bom vast totdat diegene het goede getal genoemd heeft.

Uitdaging:
Je kan terug tellen of sprongen van 2 gebruiken.